In de ban van de app (VPRO Gids)

VPRO Thema is deze week gewijd aan de smartphone, een apparaat waarmee we spelen, maar dat ons ook bespeelt. Wie heeft de controle, wij of de appmakers?

In 2006 verscheen in het dagblad Trouw een artikel over tv-verslaving. Journalist Mark Traa beschreef een experiment waarbij 150 Amerikaanse studenten een halfuur naar een leeg tv-scherm moesten kijken. De resultaten stelden niet teleur: ‘Menig proefpersoon bezweek bijna aan verveling en eenzaamheid, of greep vanuit een automatisme naar de afstandsbediening, om die vervolgens weer moedeloos weg te leggen.’ Het maakte nog eens duidelijk, concludeerde de krant, ‘dat mens en televisie op een bijna angstaanjagende manier met elkaar zijn verknoopt’.

Twaalf jaar later komt die conclusie ons lachwekkend voor, zeker als het studenten betreft. Maar vervang het woord ‘televisie’ door ‘smartphone’ en ze klinkt ineens weer razend actueel. Volgens het CBS beschouwt 29 procent van de Nederlandse 18- tot en met 25-jarigen zich intussen als verslaafd aan (de apps op) het apparaat. Wie googelt op ‘smartphoneverslaving’ wordt overspoeld met tips, boeken en cursussen. En onlangs nog startte NRC een reeks over mensen die hun smartphone een halfjaar inruilen voor een ‘ouderwetse’ Nokia.

Voor VPRO Thema was het aanleiding om een uitzending te wijden aan de manier waarop de smartphone in het afgelopen decennium onze levens heeft veranderd. Daarbij zoomen de makers onder meer in op gamification: de manier waarop speltechnieken als likes, levels en ratings worden toegepast in – in dit geval – telefoons en apps.

‘Games zijn voor de smartphone de kanarie in de kolenmijn,’ zegt David Nieborg, die onderzoek doet naar de game-industrie aan de Universiteit van Toronto. ‘Gamemakers zoeken net als Facebook alle mogelijke grenzen op. Technologische, maar ook sociale en economische. In de online-gamesector zijn dingen gebeurd die veel verder gingen dan wat Facebook deed met Cambridge Analytica.’

Skinner-box

Veel van de foefjes die onze smartphone zo onweerstaanbaar maken, komen voort uit de gedragspsychologie. Al in 1930 ontwierp Harvard-psycholoog B.F. Skinner een box waarin ratten en duiven werden beloond met eten als ze op een knopje drukten. Een van Skinners conclusies was dat dieren die slechts af en toe werden beloond, het langst doorgingen met drukken.

Hoewel veel van Skinners theorieën later uit de mode raakten, werden de inzichten van zijn ‘Skinner-box’ dankbaar toegepast in de spellen- en gokindustrie. Casino-eigenaren zagen er een bevestiging in van iets wat zij allang wisten: mensen blijven het langst aan de speeltafel zitten en krijgen de grootste dopaminekick als je ze slechts af en toe een beloning geeft.

In 2007 raakte ook Silicon Valley in de ban van Skinners ideeën. In dat jaar gaf gedragspsycholoog BJ Fogg aan de Stanford-universiteit een inmiddels legendarische cursus gedragsdesign. Hierin leerde hij zijn 75 studenten hoe ze software konden bouwen die de gebruiker onbewust liet doen wat de maker wilde, onder meer door gebruik te maken van wisselende beloning.

Foggs cursus kwam op exact het juiste moment, zo beschreef het tijdschrift Wired. De eerste iPhone was net van de band gerold, de App-store zou het jaar daarop volgen en Facebook – toen drie jaar oud – was net begonnen met het promoten van apps van derden in zijn Newsfeed. Veel van Foggs cursisten gingen zelf apps ontwikkelen, zoals Mike Krieger, die Instagram oprichtte. Anderen brachten hun kennis in de praktijk bij Facebook, Google of Uber. Een groot gedeelte werd miljonair.

Zelfbeheersing

Toch waren er ook deelnemers die twijfelden over Foggs methoden. Tristan Harris ging nog wel aan de slag bij Google, maar kreeg steeds meer ethische bezwaren tegen de overredingstechnieken die het bedrijf toepaste. Hij schreef er een spraakmakend memo over, werd gevraagd om productfilosoof te worden bij Google, maar vertrok in 2015 toch bij het bedrijf. Sindsdien strijdt hij met zijn organisatie Time Well Spent voor moreel integer sofwaredesign. ‘Je kunt wel zeggen dat het een kwestie is van zelfbeheersing,’ zo verklaarde hij tegen The Atlantic. ‘Maar dan vergeet je dat er aan de andere kant van het scherm duizend mensen aan de ondermijning van jouw zelfbeheersing zitten te werken.’

Nieborg vindt dat Harris een beetje overdrijft. ‘Niemand dwingt ons om telefoons of apps te gebruiken. Natuurlijk worden er trucjes gebruikt om onze aandacht vast te houden, maar het is niet zo dat er mensen in een geheimzinnige bunker in Palo Alto zitten te denken: haha, we gaan al die domme mensen eens verslaafd maken. Ze proberen een zo aantrekkelijk mogelijk product te maken, en dat kun je ze niet kwalijk nemen. Je gaat een filmmaker of een autofabrikant toch ook niet vragen om een minder leuke film of auto te maken?’

Verdienmodellen

Excessief smartphonegebruik kun je volgens Nieborg dan ook het beste tegengaan met praktische oplossingen. ‘Zet je telefoon ’s avonds uit, of spreek als je naar de kroeg af dat iedereen hem van tevoren inlevert.’

Het echte pijnpunt is volgens Nieborg het advertentiemodel van platforms als Facebook en Google. ‘Daardoor lopen we nu allemaal met een apparaatje dat op een telefoon lijkt, maar dat in feite een hypergeavanceerd afluisterapparaat is dat er alles aan doet om jou advertenties voor te schotelen. Mensen spreken over het Cambridge Analytica-schandaal, maar dat was geen schandaal. Het is het systeem. Dit is hoe Facebook opereert. En aangezien Facebook bijna een publieke dienst is geworden, die voor een groot deel de infrastructuur van de smartphone bepaalt, doen we er allemaal aan mee.’

De oplossing voor het probleem ligt deels bij onszelf, stelt Nieborg. ‘Wij willen niet betalen voor Facebook, en dan word je zelf het product, zoals al vaak is gesteld. Maar het kan ook anders: we zouden een maatschappelijk debat moeten voeren over alternatieve verdienmodellen voor dit soort bedrijven, zoals een abonneemodel of open source.’

Daarnaast moeten techreuzen als Facebook volgens hem keihard worden gereguleerd. ‘We hebben in Nederland een wat naïeve bewondering voor mensen als Mark Zuckerberg, Steve Jobs en Jeff Bezos. Maar het zijn niets-ontziende zakenlui met een extreem rechtse economische agenda, die er alles aan doen om aan publieke controle te ontsnappen. Als we die niet aanpakken was de manipulatie die we bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben gezien nog maar het begin.’